West Highland Way, droom of nachtmerrie?

SCHOTLAND - WEST HIGHLAND WAY
(december 2008)




Het begin

De regen klettert tegen de ramen. De laatste bladeren geven de moed op en verenigen zich met de plassen op de grond. Diep weggedoken in mijn kraag zoek ik mijn weg in de mist. Nog even en ik ga mijn spullen pakken. Nog even en ik sta oog in oog met het meest belopen Schotse wandelpad. Een Schotse schoonheid nu in winterpracht. Een populaire wandelweg in vele jaargetijden, maar in de winter? Nee.

En nee, met hoofdletters uitgesproken is wat de winkelier ons uiteindelijk aan het begin van de trektocht zegt. Nee, deze weg is nu te gevaarlijk, te veel gekweld door ijs. Wij glimlachen en wimpelen de gevaren weg. We zijn niet onervaren, ik geef hem nog geen gelijk.

De eerste passen

Het uitzicht volgt het dorp en laat alvast een glimp zien van wat komen gaat. De heuvels laten verlegen hun witte kleding zien. De bomen tonen hun wintervacht en even staren we naar voortschrijdende zwanen op het meer dat glinsterend voor ons ligt. Alles even betoverend mooi.

Dan zetten mijn spieren zich schrap, mijn benen lijken als elastiek, de weg is spiegelglad. De zon verwarmt mijn huid en verleidt mij iedere keer opnieuw mijn blikveld te verruimen. Een glimp van schoonheid die ik steeds weer in mij opnemen wil. Een glimp omdat bij langer kijken mijn benen de kans zien zich aan mijn wil te onttrekken en beiden hun eigen weg in slaan.


De ondergrond

Een dag voorbij en onze passen laten langzaam meer zekerheid zien. De zon speelt met de blinkende kristallen van sneeuw die het gras bedekken. Het gras dat naast de weg de stappen onder onze schoenen stevigheid geeft. Een man met hond keurt onze outfit, we kunnen de uitdaging aan. Het brengt een glimlach, opluchting zelfs, niet iedereen denkt gelijk. Maar ook volgens hem zullen we de enigen zijn. Dit is niet de meest gangbare tijd hier zo vol bepakt op pad te zijn.

Zo blijkt 's avonds ook uit het water, dat nog voor het de brander bereikt aan het bevriezen is in de pan. Alles vastgekleefd wat is neergelegd, diep in warme kleding kijken we elkaar verbijsterd aan. De temperatuur zakt snel, op regen meer berekend maar wij kunnen vooralsnog de vrieskou aan.

Mijn rugzak dwingt mijn voeten tot kleine passen bij de eerste echte klim omhoog. Heel traag, te traag misschien, duw ik mij naar boven tot vlak onder de top het pad eindelijk weer naar beneden daalt. Het uitzicht is schitterend maar trekt mijn blik toch 2 keer resoluut omlaag. Niet ijs maar modder laat de teugels vieren en laat mij met een doffe klap achter op de grond. De klap is zacht en gelukkig kan ik dus steeds iets bruiner nog wel weer verder gaan.

Het weer

De twijfel slaat in de eerste dagen wel langzaam toe. Zijn we toch aan een onmogelijke uitdaging begonnen? De tijd verstrijkt sneller dan we willen en we willen sneller dan op deze wegen mogelijk lijkt. De plannen worden keer op keer bekeken, kansberekening iedere keer weer aangescherpt. Met deze zon moet het ons lukken op al dat ijs maar wat als regen of sneeuw ons straks verrast?


We laten het iedere keer weer afhangen van de dag die komen gaat. De benutting van het daglicht wordt optimaal gebruikt, om acht uur stipt op pad. Iedere keer bij het opstaan het hoofd uit de tent en zoeken naar de maan.

Een heldere sterrenlucht, een teken dat de zon ons in ieder geval in de ochtend bij zal staan. Het is genoeg om steeds weer met het oorspronkelijke plan verder te gaan. De voorspellingen onderweg blijken wisselend in waarde, het oordeel ligt vooralsnog vooral in onze blik omhoog. Maar waar of niet, zal dat oordeel tot het einde in ons voordeel te zijn? Voorlopig lijkt het droog.

De worsteling,

De eerste dagen word ik gekweld door spierpijn en vermoeidheid, mijn grenzen zijn bereikt. Zwaar over grenzen heen staar ik tegen het einde van dag 3 teleurgesteld voor me uit. Vier uur en bijna donker, moeten we nog over een heuvel heen. Heb ik mezelf dan deze keer nu toch echt overschat?

Mijn wil is sterk, ik kom er wel, maar genieten gaat mij moeizaam af. Een harde les, zo blijkt maar weer, onvoorbereid en net hersteld van griep op pad. Te veel ineens met tent en 9 dagen voedsel, mijn spieren zijn hiervoor te slap. En hoewel ik zeg, nee dit nooit meer, geniet ik tegelijkertijd van mijn eigenwijzigheid. Waar een wil is, is een weg. Een weg die ik ook nu weer vinden zal.

Een aanbod tot overdragen van een paar maaltijden grijp ik nu ondanks mijn trots deze keer dankbaar aan. Langzaam komen mijn spieren dag 4 met minder gewicht op gang. En tegen de middag is gelukkig toch vertrouwd weer de opluchting daar, een "zie je wel", mijn spieren schikken zich in hun lot en voelen langzaam dat het beter gaat. Plezier en genieten voeren weer het hoogste woord en zij waren de worsteling waard.

De schoonheid

De paden volgen elkaar op van smal tot breed en soms zelfs zonder ijs. En constant is de zon vlakbij, al blijft de lucht soms grijs. We beheersen steeds beter het ritme en de tijd. De dagen lijken langer en de bestemmingen steeds eerder bereikt. De uitzichten zijn iedere keer weer overweldigend.

Een nieuwe top, een kleurschakering die we eerder nog niet hebben gezien. De schapen rennen vaak voor ons uit en ook de herten zijn ondertussen in opkomst een groot getal. De stank van de geiten overtreft die van ons en de rode borst van sommige vogels verbleekt onze wangen in de wind.


West Highland Way, een weg vol afwisseling en zeker in de winter mooi. Een toegift is op dag 7 het verse laagje sneeuw dat ís nachts de ons voor even bekende wereld omdoopt tot een nieuwe ansichtkaart. De sneeuw even later gesmolten in de pan pruttelt weer tot heerlijke ochtendthee. We prijzen ons gelukkig en nemen nog een slok, het blok brinta verzachtend in de maag.

Die dag weer vroeg op pad blijken zelfs de herten ons te hebben geaccepteerd. Al kletsend lopen we ze bijna ongemerkt voorbij. En stilstaand in de ochtendschemer op een paar meter afstand laten ze ons toe bij hun ontbijt. Een mooi cadeau, onwerkelijk laat ik het bezinken in mijn hoofd. Mijn tocht nog niet volbracht kan hoe dan ook van dan af niet meer stuk.

Het slot

De hoogste pas blijkt helemaal in winterpracht getooid. Ineens tot mijn knieŽn in de sneeuw zwoeg ik zwetend voort. Maar gelukkig is de meeste sneeuw oud en hard en draagt het mijn gewicht. Het uitzicht is schitterend vanaf de pas en alles om mij heen is wit. De wind is hard en verzoekt ons snel aan de andere kant af te dalen tot een beschutter stuk.

De bergen verraden langzaam de ommekeer en raken in nevelen gehuld. Net op tijd hebben we het lastigste gedeelte van de route gehad. De regen tikt voorzichtig zijn eerste roffels op mijn regenjas. Dankbaar kijk ik omhoog. We hebben de tijd gekregen die er nodig was, nu mag het weer zich laten gaan. Het was bijna 7 dagen droog nu regent het stevig door. Even krijgen we in volle pracht de Ben Nevis nog te zien. Hoog boven de rest, de hoogste top, onneembaar wit voor ons.


Dan zakken de wolken definitief en ontnemen ons verder nog iets te zien. Wij voltooien de tocht en weten dat de winkelier in vele gevallen gelijk zal hebben gehad. Maar wij hebben de tocht gelukkig getimed op haar mooist beleeft. Een avontuur als een sprookje, een mooie droom, geen nachtmerrie en dat neemt niemand ons meer af.

En als ik uiteindelijk thuis mijn bed in plof droom ik nog even door.
De perfecte droom.



De foto's:



Ga naar startpagina