'Home is where the heart is'

Home is where the heart is



WANDELTREKTOCHT CENTRALE PYRENEEËN (2017)


Het begon voor mij allemaal in een kleine woning in Utrecht. Mijn oom en tante maakten dia’s tijdens hun vakantie en projecteerden die daarna thuis op een heel groot scherm. Klein als ik was, ik zal een jaar of 10 geweest zijn, wist ik het zeker. De bergen die ik daar zag, dat tentje, die verlatenheid, de puurheid van de natuur. Net zoals mijn oom en tante wilde ik later op eigen kracht daar in die Pyreneeën staan. Daar in die kleine woning in Utrecht is mijn hart voor het trekken door de bergen met volle bepakking en tent wagenwijd open komen te staan. Nog steeds ben ik ze dankbaar. Net als mijn ouders trouwens, die met mij ook altijd al kamperend tussen de bergen hebben gestaan.

Het heeft lang geduurd. Een nieuwe wandeltrektocht in de bergen. De laatste jaren ben ik vooral heel noordelijk geweest. Groenland, Spitsbergen, de Sarek in Zweden… Prachtige gebieden en een nooit ondergaande zon. Een jaartje dichter bij huis een trektocht met inline skates. Daarna fietsend Zwitserland door. Toch voelde ik het iedere keer weer knagen. Die bergen, ruige rotsen, ontelbare hoeveelheden sterren en rondtrekken met alles op mijn rug. Dat is waar mijn hart echt sneller van gaat slaan. En dus wilde ik terug. Terug naar waar het voor mij allemaal begon. Mijn liefde voor de bergen. Het trekken met tent en de uitdaging hoe je met al die bepakking zwoegend die berg op komt.

En dus… terug naar de Pyreneeën. Dat stond dit jaar boven aan mijn verlanglijstje. Twintig jaar geleden heb ik daar mijn eerste eigen voetstappen gezet. Eerst met een groepsreis om vervolgens samen met iemand via de Franse kant bijna de hele Pyreneeën van west naar oost door te trekken. Drie keer een maand hebben we er toen over gedaan en veelal via campings. Dat zou bij een latere groepsreis bijna volledig naar wildkamperen overgaan. Maar daar hield het 15 jaar geleden ook gelijk op. Ik trok naar nieuwe gebieden, steeds verder bij de Pyreneeën vandaan.

Om nu pas eindelijk terug te keren. Terug naar mijn bergen en terug naar mezelf. Want daar was ik in de loop der jaren ook steeds verder van vandaan geraakt. Hoog tijd dus om thuis te komen. En ik wist geen betere plek in de Pyreneeën dan de hoge en indrukwekkende toppen rond de Monte Perdido en Cirque de Gavarnie. Het deel dat bij iedereen, die er net als ik geweest is, op het netvlies gebrand zal blijven staan. Hoog tijd om daar naar terug te gaan.


Deel 1: Huttentrektocht Transpyreneeën (Etappe 4) SNP

In Nederland ga ik vaak alleen op pad. Heerlijk om mijn eigen weg te kiezen en met niemand rekening te hoeven houden. Toch heeft het reizen met een groep ook wel wat. Gezelligheid ten eerste. En het samen verwonderen en in stilte door een landschap gaan. Al is die stilte soms wel ver te zoeken en overstemt het geklets vaak het ritme van de pas. Ach ook dat heeft wel zijn charme. En dus… op zoek naar een groepsreis. Want het gebied waar ik heen wil is in mijn herinnering voor een solotocht niet al te geschikt. Veel klauterwerk en steile afgronden maken dat ik vooral de veiligheid van een groep verkies boven hachelijke praktijken alleen daar boven op de berg. Maar wel met tent uiteraard!

Maar dat blijkt net te lastig. Geen organisatie biedt de Pyreneeën nog wildkamperend aan. Na lang speurwerk en een eerste poging tot boeking van een reis bij de NKBV¹ dient SNP² zich aan. Een mooi programma, helaas wel van hut naar hut waardoor ik mijn tent thuis kan laten staan. Of toch… Langzaam zie ik mogelijkheden en zo sta ik volbepakt op het treinstation van Amsterdam om toch met tent en al naar de bergen te gaan. Eerst een huttentocht met SNP om later alleen en met tent en volle rugzak verder te gaan. Twee reizen in één. Een groepsreis en een solo tocht. Van hut naar hut zit mijn kampeeruitrusting in het bagagevervoer dat bij de groepsreis hoort. Rustig wachtend tot ik zelf na een ruime week mijn eigen vleugels uit mag slaan. Eerst via een huttentocht vast proeven aan de bergen om daar na de groepsreis met mijn tentje solo trekkend middenin te mogen blijven staan.

De beschrijving van SNP maakt het gelijk de eerste dag al waar. Een zeer goede conditie vereist en geen hoogtevrees… Al valt het met de afgronden de eerste dag nog wel mee. Maar misschien zijn het de wolken en mist die al het zicht ontnemen, waardoor we met een rustige hartslag die eerste dag door het landschap gaan. De tweede dag valt er een stuk meer de diepte in te kijken. Overladen door zon dienen ook de eerste echte blokkenvelden zich aan. Voor dat eerste klauterwerk voelen de spieren nog wat stram. De benen moeten nog even wennen om al vroeg in de ochtend zo steil omhoog te gaan. Maar ik weet dat dat zal wennen. En dat uitzicht, man daar ben ik gelijk toch weer helemaal ondersteboven van. Dag 2 en we zitten al in de sneeuw, een ijsmeer onder ons en puinhellingen zover het oog maar reiken kan. Dit is waar ik voor teruggekomen ben, die enorm ruige natuur, die bergen, dat speelterrein. Mijn ultieme dosis geluk, ik voel het van de punten van mijn tenen tot in mijn volledig verwaaide haar. Wauw!

Na een paar dagen steken we de grens over naar Spanje. Nog zoiets aan de Pyreneeën, je kunt er eindeloos de grens over blijven gaan. De toppen vormen de scheidslijn, maar wie er de moeite voor doet en de passen bedwingt kan de grens op hoogte blijven volgen. Al zullen wij als groep de grens slechts 2 maal overgaan. Vanuit Frankrijk Spanje in via de Port d’Aïgues Tortes (2683m) en van Spanje terug naar Frankrijk via de spectaculaire Brèche de Roland (2807m). Met de adembenemende Ordesa vallei daartussen in. En hoewel misschien niet officieel op het programma van SNP… als je de mogelijkheid hebt om daar naar de Faja de las Flores te gaan. Doen! Een spectaculairder wandelpad op hoogte door de Ordesa kloof is er niet te vinden. En nog steeds niet heel bekend. Ooit kennis mee gemaakt door een reisleider die het gebied op zijn duimpje kende, word ik ook nu weer overdonderd door de absolute schoonheid van dit pad. Je adem stokt, je voelt je hartslag sneller slaan, het uitzicht maakt de stilte nog intenser. De enige keer dat de groep zo geconcentreerd loopt dat de stilte bijna voelbaar is. Een heel bijzondere ervaring. Kippenvel die bij het terugdenken eraan spontaan weer op mijn armen staat.

En dan natuurlijk de Brèche de Roland. Poort tussen Spanje en Frankrijk. Een onmiskenbare hap uit de berg die op ieders camera staat. De mythe van ridder Roland die daar met zijn zwaard met kracht een opening in de bergketen slaat. Onze doorgang terug naar Frankrijk. En naar het dal van Gavarnie waar de groep voor de laatste keer aan tafel gaat. En waar ik de volgende ochtend van hen afscheid neem, mijn rugzak vol laad en alleen de volgende helling op zal gaan. Het was gezellig. Maar dit was slechts deel 1. Een nieuw avontuur komt eraan.


Deel 2: Solo trekking Gavarnie – Cauterets

Het past maar net. Of eigenlijk net niet. De sandalen moeten maar aan de zijkant van de rugzak gaan. Voor 5 dagen, 4 nachten, eten gaat er mee. Genoeg om rustig aan te doen. Geen lange dagen meer, geen 5 uur (!) opstaan. Geen aankomst meer om 19 uur. En lange pauzes, vooral stilstaan en foto’s maken waar ik en mijn camera stil willen kunnen blijven staan. Een andere reis, maar wel door hetzelfde soort landschap mogen blijven gaan. Hier keek ik misschien stiekem nog wel meer naar uit. Al is het maar omdat ik dit wandelend in de bergen nog nooit helemaal alleen en op mezelf aangewezen heb gedaan. Het moest er dus hoog nodig eens van komen.

Je kunt met een beetje doorlopen in 2 dagen via de GR10 (Grande Randonnée 10) en HRP (Haute Route Pyrénéenne) van Gavarnie naar Cauterets. Fijn voor de snelwandelaars en lichtbepakte huttentrekkers, ik wil dit landschap echter wat langer op me in kunnen laten werken. Het is namelijk doodzonde om zo snel door zoveel moois te gaan. En dus staat mijn tentje de eerste nacht net voor de eerste echte klim op een mooie helling aan de GR10 net buiten Gavarnie. Die GR10 was ik overigens na de eerste 200 meter al kwijt toen ik er net voor 5 dagen op dacht te gaan staan. Het was nog even wennen... De markering van dit langeafstandspad is geweldig goed dus ik vraag me nog steeds af hoe het zo snel mis heeft kunnen gaan. Ach, avontuur wilde ik en heb ik zo ook direct gekregen. Op de kaart zoekend en cross country traverserend de helling omhoog. De eerste kudde koeien mijdend vind ik na een paar uur de GR10 weer terug. Om daar op een heel mooi plekje bij een stroompje water mijn eerste kamp gelijk ook maar op te slaan. Met uitzicht op wat me de volgende dag allemaal klimmend te wachten zal staan. De achterzijde van de beroemde Vignemale staart me al aan. En ik staar terug. Tot diep in de nacht de slaap mij uiteindelijk toch nog mijn tent in laat gaan. Slapend onder ontelbaar veel sterren.

De tweede dag een prachtige klim naar de hoogste berghut van de Pyreneeën, Refuge de Bayssellance (2651m), en een bivak vlakbij de hut. Uitkijkend op een wolkendek in het dal. Een wolkendek die ik de volgende dag ook vanaf de (bewandelbare) voortop van de Vignemale, de Petit Vignemale, zal blijven zien. De Vignemale is met zijn 3298m hoge top de hoogste grenstop van de Pyreneeën en vanwege de over te steken Ossoue gletsjer alleen voor alpinisten te beklimmen. Maar de lagere voortop (3032m) is voor bergwandelaars een mooi uitstapje vanuit de refuge of vanaf de pas (Hourquette d’Ossoue) waarna je via de GR10 en HRP verder de Gaube vallei ingaat. Ook leuk om met de beklimming van de Petit Vignemale toch even die magische grens van 3000m hoogte over te gaan. En wat een uitzicht! Alleen daarom kun je het eigenlijk niet laten even die voortop op te gaan.

De weergoden waren mij daar in ieder geval goed gezind. Een stralende zon die mij mijn hele reis eigenlijk nauwelijks in de steek zou laten. Een paar daverende onweersbuien ’s nachts op de koop toenemend, diep in mijn slaapzak om de razendsnel opvolgende flitsen niet te hoeven zien. Aan de donderende klappen was echter geen ontkomen aan. Hoe zat dat ook alweer met veiligheid zo hoog in de bergen in een tent? Brrrr… op hoop van zegen maar. Bij het tellen wist ik niet meer of de klap die ik hoorde, volgde op de eerste of een andere flits. Op de eerste hoopte ik dan maar.

Na zoveel jaar opnieuw overdonderd door de schoonheid van de Vignemale besluit ik later in mijn reis mijn plannen aan te passen en via een andere route nog een keer die kant op te gaan. Na het afzakken en een herbevoorrading in Cauterets klim ik gestaag het dal weer uit. De dagjesmensen die me vanaf het Lac de Gaube overrompeld hadden in hun aantal, blijken ook in de Lutour vallei massaal de berg op te gaan. Gelukkig hooguit tot Lac d’Estom, daar willen ze niet verder. Met het zakken van de zon, zakken de dagjesmensen terug naar waar hun wandeldag begon. En heb ik de bergen weer haast voor mezelf alleen. Nou ja alleen… Klingelende koeienbellen verraden dat ik mijn kampeerplekje toch zal moeten delen. Maar niets gezelliger dan met dieren op een helling staan. Al had ik eerder geiten en paarden wel op wat huisregels moeten wijzen. Aub niet in mijn tent en mijn eten graag laten staan. De koeien en schapen leken dat iets beter te weten. Al heb ik ook met ingehouden adem bij mijn tent oog in oog heel dichtbij een marmot en hermelijn gestaan. Wat kunnen die nieuwsgierig zijn! En schijnbaar onbevreesd als je alleen in de bergen op hun plekje staat.

En dan is er weer de Vignemale. Nu via de Col d’Arraillé. Een nieuwe kampeerplek nog iets dichter bij die indrukwekkende wand. Wat iconisch is deze berg. En wat een indrukwekkende helling staart mij aan mijn rechterkant al aan. De pas voor de volgende dag, Col des Mulets, die ik 15 jaar eerder ook al eens over ben gegaan. Nog 1 keer terug naar Spanje. Om een krap uur later en een pas verder alweer in Frankrijk te staan. De Col d’Arratille heeft zijn venijn in de staart. Een kort maar pittig klauterstukje om vervolgens verrast te worden door een prachtig bergmeertje aan de andere kant vlak onder de pas. Ideaal om mijn rugzak voor een tijd af te gooien. Genieten van een uitgebreide lunch. Dat roggenbrood en die schapenkaas laten mijn maag al een uur rammelen van ongeduld. Eindelijk mag het uit mijn tas. Lunchen met uitzicht en wat voor één weer! De komende dagen rek ik het nog zo lang mogelijk om op hoogte te blijven. En met dit soort lekker eten is een extra zware rugzak zeker geen straf. Tot ik er uiteindelijk na een laatste mooie merentocht tot Lac d’Ilhéou niet aan ontkom. De terugreis wacht. Een laatste afdaling, de kabelbaan met gondels en dagjesmensen van Cauterets weer tegemoet. Voordeel is dat zij daardoor boven me zweven en niemand te voet deze helling naar boven of naar beneden gaat. Nog even het landschap voor mezelf alleen. En dan wacht de drukte van de stad.

Vijf hoge passen van rond de 2500m hoogte en vele schitterende meren en indrukwekkende bergtoppen later ben ik er nog steeds stil van. Wat blijven die Pyreneeën een onwaarschijnlijk mooi gebergte. Met groep maar zeker ook om alleen doorheen te gaan. Het zal zeker niet weer 15 tot 20 jaar duren voor ik hier mijn bergschoenen weer aan zal trekken. Nieuwe stukken ontdekken maar ook om naar bekende plekken terug te gaan. De Vignemale als middelpunt. Dat massief heeft me zo veel gebracht. Prachtige nieuwe herinneringen vermengt met wat ik er eerder al eens heb beleefd. Mijn hart weer wagenwijd open. Mezelf hervonden. Home is where the heart is… In Amsterdam staat dan misschien wel mijn huis, de bergen zijn mijn echte thuis. Gelukkig heb ik die in mijn hart weer een beetje meegenomen.



¹ Nederlandse Klim- en Bergsport Vereniging: bergreizen.nl
² SNP Natuurreizen (ANWB): Transpyreneeën Etappe 4



***



Voor het complete fotoverslag:
Deel 1 Huttentrektocht Transpyreneeën (Etappe 4) SNP
Deel 2 Solo trekking Gavarnie – Cauterets



Ga naar startpagina