Fins Lapland, tourskitrektocht

KAMPEERTREKTOCHT NAAR DE TOP VAN DE HALTI (Nortrek (opgegaan in Askja), 2006)

Finland, Lapland, land met een eigenwijze schijnbeweging naar links. Waarom is de grens niet rechtgetrokken? Waarom deze eigenwijze tik? Finland, Lapland, Kilpisjärvi als eerste en laatste bestemming. Een week van avontuur daar tussenin.

Het begon allemaal thuis... Zoals gewoonlijk was ik te laat met voorbereiden. De laatste dagen nog de winkels in. De wekker vroeg op de dag van vertrek om alle rondzwervende spullen in de rugzak te krijgen en met een laatste blik op de klok het huis uit te stuiven. Want dit keer wilde ik laten zien dat ik ook wel eens op tijd kan zijn. Op tijd voor een groots avontuur...

DAG 1:
Op de minuut af sta ik op tijd op Schiphol om mij bij de al volledig gereedstaande groep te voegen. Nou ja, volledig? Mijn telefoon gaat en ski’s, pulka’s en reisleider blijken nog ergens onderweg in de file te staan. Op weg naar de rust en de stilte dus nog even een test in ons overvolle land. En een eerste kennismaking met het incasseringsvermogen van de groep.
“Shit happens”, daar klaag je niet over, daar doe je iets mee. In ons geval wachten wij rustig af. Tweede telefoon, auto is gearriveerd en als 1 team wordt alles uitgeladen, ingecheckt en kunnen we met versnelde looppas het vliegtuig in. 20 Stuks bagage zijn ingeladen, 20 stuks bagage blijken in Helsinki vermist. Met lichte vertraging vervolgen we onze reis naar Kittilä, ons afvragend wat we van onze spullen terug zullen zien. En dan volgt in Kittilä onze tweede test. Na rugzakken en skischoenen wordt het stil op de band. De ski's en pulka’s hebben blijkbaar minder haast dan wij om de drukte achter zich te laten. Zonder te weten wanneer zij ons zullen volgen vertrekken we naar Kilpisjärvi, 300 km van het vliegveld vandaan. De eerste sneeuw knispert onder mijn voeten. In gedachte vraag ik het landschap toestemming om er te mogen zijn. Voldaan na een warme maaltijd en sauna rol ik mij in mijn laken op bed. Morgen zien we wel weer verder.

DAG 2:
De morgen begint met een uitgebreid ontbijt. De appartementen moeten leeg, onze spullen staan uitgestald op de stoep van het hotel. Klaar om een nieuw onderkomen te vinden in de pulka’s, klaar om op sleeptouw genomen te worden. Nu alleen die pulka’s nog. Langzaam volgen de scenario’s zich op.
Tot begin van de middag het verlossende bericht komt dat de ski's en pulka’s het vliegveld van Kittilä hebben bereikt en ze hun tocht naar het begin van onze bestemming hebben aanvaard. “Halti, here we come!”

Maar middag wordt langzaam avond en de plannen wijzigen zich weer. Ieder busje wordt verwelkomt, bij iedere auto de inschatting gemaakt of hij groot genoeg is om onze spullen vervoerd te hebben. Een grote koelwagen ontsnapt bijna aan onze aandacht. Denken wij niet groot genoeg? Bijna argeloos slaan we gade hoe hij achteruit het terrein op rijdt. Nieuwe bevoorrading van het hotel?
En dan ineens actie als we de hoezen van de ski's herkennen. De uitgewaaierde groep ineens weer als 1 aan de slag. Een deel pakt in en een deel kookt. Geen tijd te verliezen om weg te zijn van deze plek. Tijd om achterom te kijken is er niet meer. Ons avontuur is begonnen.

En die begint met een hobbelige tocht. De ski's nog wat onwennig onder onze voeten. De pulka’s lijken hun eigen wil nog lang niet kwijt. Niet bereid de kou te trotseren laten zij zich keer op keer op hun zij vallen. Alsof het tij daar nog mee te keren zou zijn.
Maar onze wil is sterker en samen worstelen we ons door deze tegenzin heen. Glijden is meer stappen en de pulka’s hebben menigmaal een zetje in de goede richting nodig. Toch zien we de huizen achter ons snel kleiner worden, de beschaving past weer in de palm van mijn hand. Om deze vervolgens weg te blazen en op te gaan in een landschap waar niets meer belangrijk lijkt. Of is het juist andersom?

De eerste keer tenten opzetten, de eerste keer sneeuw smelten. Dit gaat voor mij allemaal als in een roes voorbij. De indrukken zijn blijkbaar nog te groot om ze zo snel een plek te kunnen geven. Maar ik heb toch veel vaker mijn tijd in de bergen doorgebracht? Het is toch niet de eerste kennismaking met tenten en branders? Nee, maar toch voelt alles anders.
Het landschap is zo intens wit, het licht zo oogverblindend. Alsof je een sprookje binnenstapt dat je de adem beneemt. De wereld lijkt 1 witte vlek en toch raak ik niet uitgekeken. Iedere zonnestraal weerkaatst haar eigen licht op de bevroren waterdeeltjes. En iedere weerkaatsing heeft haar eigen kleur.

Licht zenuwachtig luister ik naar het geruis van de branders. Ineens bewust van het belang van de werking van ons materiaal. Het vuur verschaft ons onze eerste levensbehoefte. Het eerste wachten is begonnen op vloeibaar ijs. En zelden maakte mijn hart een sprongetje bij de uitspraak: “Het water kookt!”
Tja, eenmaal in mijn mok ervaar ik dat zo’n goed isolerend systeem vervolgens je enthousiasme weer even een pas op de plaats doet maken. Mijn eerste slok smeltwater resulteert in een verbrande tong. Ik glimlach om mijn ongeduld.

En dan volgt de eerste nacht. Dag blijft dag, want de zon heeft het hier in het hoge noorden al bijna gewonnen van de duisternis. Diep in mijn slaapzak probeer ik de eerste slaap te vatten. Maar kou en opwinding winnen het van mijn gezond verstand. Als ik mijn slaapzak openrits schieten 2 hoofden naast mij overeind. De eerste nacht is iedereen nog wat van slag.

DAG 3:
Een nieuwe dag begint. Slaapzak opbergen, matje oprollen, vertrouwde rituelen die vrijwel automatisch gaan. De skischoenen aantrekken blijkt een kleine worsteling. Ik weet dat ik vriendjes met ze moet worden maar ze geven zich deze ochtend niet zo makkelijk gewonnen. Ze lijken 2 maten gekrompen en onzeker kijk ik of ik niet per ongeluk die van een van mijn tentgenoten heb gepakt.
Later begrijp ik dat ze iedere ochtend hetzelfde spel willen spelen. Alsof ze willen weten hoe vastberaden ik ben ze naar hun volgende bestemming te brengen. Want na hun verzet in de ochtend omarmen ze mij de rest van de dag, wetend dat ik ze aankan.

De pulka’s worden beter ingepakt deze dag. Nu gaat het er echt op lijken. Er is een volleerde groep op pad.

We beginnen de dag met het volgen van een scooterpad. Door markering van in de sneeuw gestoken takken en al platgewalste sneeuw komen we snel op stoom. Al snel wordt het stappen meer en meer een vloeiende beweging en nu er meer aandacht aan de pulka’s is besteed lijken ook zij zich meer op hun gemak te voelen. Niets lijkt er meer fout te kunnen gaan. We glijden door de witte wereld. We meanderen mee met het voor ons uitgezette pad.
Het wordt tijd om eens op de kaart te kijken en we zetten een muur aan pulka’s op het pad om ons uit de wind te houden. Verscholen achter de gestapelde pulka’s genieten we van de eerste meegesleepte snacks.

En dan blijkt een sneeuwlandschap op de kaart anders ingetekend dan wat wij in werkelijkheid zien. Moeten we niet al verder zijn dan de kaart ons wijst? Zat de snelheid er net niet nog lekker in? Maar het meer lijkt op de kaart nog een eind van ons verwijderd. En de toppen die achter ons zouden moeten liggen reizen op de kaart nog voor ons uit. Is de tekenaar abuis?
Maar kaarten liegen niet. Het is de witte wereld die een spelletje met ons speelt. Want ook de meren zijn hier nu vaste grond. En zonder het te beseffen zijn we langs het meer gegleden dat we graag hadden willen zien. Opgelucht vervolgen we onze tocht. Weer een nieuwe ervaring rijker.

Er komt een hut in zicht. Een klein stukje mensenwerk in de immense leegte. Al snel merk ik dat ook hier mijn ogen moeten wennen aan wat ze zien. Het witte licht haalt alles dichterbij, maar mijn nieuwsgierigheid blijkt geduld te moeten hebben. Want pas een uur later is de hut binnen handbereik. En de plotselinge warmte is even een klap in mijn gezicht.
Een door mensenhanden uitgehakt gat in het ijs bezorgd ons ijskoud maar vloeibaar vocht en de houtkachel maakt al snel de lunch aanstaande. Soep en hartkeks, een werelds maal in een rozig makende omgeving.
In mijn hoofd een sissend geluid als mijn lichaam geblust wordt door de kou als we de hut weer verlaten. Op naar onze tweede bestemming van de dag.

We volgen nog even het gebaande pad om dan eindelijk alle bewijs van het bestaan der mensheid achter ons te laten. Vooraan wordt maagdelijke sneeuw liefdevol door de eerste ski's betast. Zachtjes glijden wij er allemaal achteraan. Wat kan het leven toch mooi zijn.

Bovenaan een heuvel houden wij onszelf stil. Recht voor ons uit gaat een scheur door het landschap. De blauwe kleur verraad de vloeibare massa die daaronder schuil gaat. Zal dit landschap opgewassen zijn tegen ons gewicht? Doorgaan of omkeren? Aan de rand van het meer strekt een wijde vlakte zich uit. Of zie ik dat verkeerd? Ik geloof de kaart maar wil er deze keer geen bewijs van zien. Ik kijk deze keer alleen mijn ogen uit.
Besloten wordt om de tenten op te zetten en voor een enkeling gaat hier al snel het kaarsje uit. Anderen genieten met trots van de zelfgemaakte comfortabele bank. In de knusse ijskeuken staat de avondmaaltijd te pruttelen, 1 van de vele smaken pasta’s die er de komende dagen nog op het menu zullen staan.
Maar al snel verspreidt zich een geur die niet past bij de pasta carbonara. De hitte van de branders kleuren de rode kookkoffer zwart. Snelle actie voorkomt gelukkig dat deze kookkoffer een doorkijkexemplaar wordt voor de rest van de reis. Weer een wijze les geleerd. Want als tafel zijn ze duidelijk niet geschikt.
Een warme buik van de pasta wordt uiteindelijk compleet gemaakt met een goed glas whisky. Tintelend van top tot teen besluit ik dat deze reis niet meer stuk kan gaan. Hier heb je alles wat een mens gelukkig maakt.

DAG 4:
Het ochtendritueel verloopt weer voorspoedig. Een volle bak met pap in mijn maag verzwaart de eerste stappen maar al snel voel ik dat er weer ritme in komt. Een klein spoor over het meer verraad dat iemand ons hier is voorgegaan. Als we dat de vorige avond al hadden gezien had dat de voortzetting van de tocht toen al een stuk lichter gemaakt. Nu vervolgen we opgelucht door de zichtbare draagkracht onze tocht.
Het landschap doet ons al snel omhoog kijken. De hoek van 90 graden tussen voeten en benen verkleind. Mijn spieren zetten zich schrap voor de uitdaging van een eerste pas. Na iedere heuvel lijkt een nieuwe te volgen. Iedere keer beloof ik mijn spieren dat dit de laatste krachtsinspanning zal zijn. Maar gelukkig kennen ze ondertussen mijn beloften. En blijken ze iedere keer bereid om weer verder heuvelop te gaan.

En dan is er eindelijk die laatste afronding in het landschap. Eindelijk de blik op de andere kant van het dal. Voldaan geef ik mijn spieren rust en plof ik neer naast mijn tochtgenoten op een plekje uit de wind. De felle zon zorgt ervoor dat ik mijn afgedane zonnebril snel weer opzet. De breed lachende gezichten om mij heen zeggen mij dat iedereen geniet. Verwondert kijk ik naar het diepe dal dat achter ons ligt. Komen we echt helemaal daar vandaan?

Even zonder ski's zie ik pas hun waarde. Met een poging een stukje te lopen wordt mijn lengte soms bijna gehalveerd. Iedere stap wordt een avontuur.
De ski's worden na het nemen van een aantal snacks weer ondergebonden en de tocht wordt vervolgt. Het ene schitterende uitzicht volgt na het andere. Er lijkt deze dag geen einde aan te komen. op de kaart hebben we als eindbestemming een hut gezien. Nog even naar die rotsformatie, hoogtelijnen volgen, nog 1 heuveltje op... en dan eindelijk zien we een stipje in de verte.
Voor sommigen een beloning voor het harde werken, voor anderen gaat het ploeteren nog even door. Maar feit is dat er alleen nog een afdaling wacht. En dus laat ik mij aan het eind van deze dag door mijn pulka naar beneden duwen.

Beneden wacht een al warmgestookte hut. In de buurt van de hut zetten we onze tenten op. De sneeuw laat zich gewillig platstampen om de tenten te dragen. In de hut is het een drukte van belang. Vele Finnen komen hier even op adem. De hut ligt aan de rand van het scooterpad en ook vele langlaufers hebben dit pad ontdekt. De volgende dag zullen wij dit pad gebruiken om richting de Halti te gaan. Deze hoogste top van Finland die voor ons het doel vormt van onze reis, is voor de scooters een aangename dagtrip vanuit de bewoonde wereld. Zij racen even naar de top en terug. Maar voor geen goud zou ik met ze willen ruilen.

DAG 5:
‘s Ochtends gebruiken we de hut nog voor een aangenaam warm ontbijt. Met het vooruitzicht de Halti te mogen begroeten lijkt het water koken uren te duren. Buiten staat alles en iedereen al klaar voor vertrek. bij de eindelijk laatst gevulde thermoskan stuiven we weg. Nou ja... met gepaste snelheid dan, want de dag heeft nog een aardige klim in petto.
Het eerste stuk gaat nog redelijk vlak. Zonder al te veel inspanning bereiken we een mooie plek voor de lunch. Genietend van de zon en de warme soep horen we ineens een hoop kabaal. Een grote groep slees trekt voor onze ogen door het landschap, voortgetrokken door uitbundige husky's. Het is een schitterend gezicht hoe hun kracht zich door het landschap verspreidt. Opgewonden slaan we dit tafereel in ons op. Om even later onszelf als sledehond weer voor onze eigen pulka’s te spannen. De klim naar het basiskamp is begonnen.

In de verte doemt de afrastering van een rendierfarm op. Eenmaal dichterbij blijkt de plek op een paar werklui na verlaten. Maar de grootste verrassing moet dan nog komen. Nee, geen kudde rendieren jammer genoeg, maar wel een echte caravan steekt geel af tegen de witte wereld. Het is echt het laatste dat ik hier ooit dacht te zien. Alsof hij zo vanuit de hemel daar neer was gezet. Gods manier om alle logica te tarten. Waren wij niet in de middle of nowere bezig met een indrukwekkend avontuur? De mensheid maakt rare sprongen. En ineens is alles weer mogelijk zo.

In de afrastering zit een gat en 1 voor 1 glijden we het terrein op. In de buurt van een verlaten hut bouwen we ons kamp. De pulka’s staan voor het eerst netjes naast elkaar geparkeerd alsof het besef van de caravan een stukje beschaving afgedwongen heeft.
De wind snijdt haast door de vele lagen stof die mijn lichaam bedekt. De top van de Halti lijkt binnen handbereik. Nog 1 nachtje slapen en dan kan ik hem omarmen. Zijn aanblik maakt mij willoos. Ik zit en staar, gebiologeerd door het het spel van wind en sneeuw om mij heen.

‘s Nachts raak ik geïrriteerd door iemand die met een plastic zak in de weer is. Even iets pakken moet kunnen, maar waarom legt ze die zak niet meer neer? Toch al uit mijn lichte slaap gehaald steek ik mijn hoofd uit mijn slaapzak. Verwondert kijk ik naar de slapende gestalten naast mij, er is geen beweging te zien. De plastic zak blijkt het verwoed tikken van de sneeuw tegen het tentdoek. Het is alsof ze willen zeggen dat eromheen draaien geen optie is. Willens en wetens slaan ze zich te pletter vlak bij mijn hoofd. Geen moment dus om mijn gezicht buiten de tent te laten zien. Sussen heeft met zoveel woede toch geen zin.
Onrustig kruip ik terug in mijn slaapzak. Want deze woede lijkt nog lang niet gestild.

DAG 6:
De volgende ochtend is de razernij duidelijk te zien. De wind heeft een muur opgeworpen tussen onze tenten en een poging gedaan onze pulka’s te verstoppen. Onder een koude deken wachten zij op hun lot.
Alleen de stalen buizen staan nog fier overeind. Alsof ze zich toch aan ons hebben verbonden en hiermee willen laten zien dat ze er voor ons zijn. De lucht is grauw, de wolken hangen laag en lijken niet te weten waar ze heen willen gaan. Als een dag in de Kalverstraat schieten de luchtlagen druk door elkaar heen.

“No go” vandaag. De boodschap is helder en duidelijk voor iedereen. Dit is een dag om de natuur als je meerdere te erkennen. Een dag extra om de gemoederen te laten bedaren is er niet en het dal bereiken lijkt al een uitdaging op zich.
Dus pakken we na het ontbijt licht gedesillusioneerd onze spullen en laten de Halti achter ons. Nog 1 keer kijk ik om en beloof de berg dat ik mij niet zo makkelijk gewonnen geef. Eens zal ik laten zien wat ik waard ben.

De terugtocht begint wazig. Een dichte nevel vervaagd ieder contrast. De vaste grond gaat naadloos over in een onberekenbare hemel. Een deken vol geheimen spreidt zich voor ons uit.
We houden links aan om niet overvallen te worden door de gapende gaten in de sneeuw die we een dag eerder nog duidelijk konden zien. Onder die gaten was een wilde rivier zichtbaar geweest. Nu schuifelen we voetje voor voetje door het grote niets. Voor mij zie ik de vager wordende contouren van mijn tochtgenoten. Dan houdt de voorste in. We zijn te ver naar links getrokken. Rechts naast ons openbaart zich een kloof die we eigenlijk links hadden moeten zien. Langzaam dringt door dat we in een fuik gegleden zijn, want ook aan de andere kant van ons is een kloof. Nog even gaat iemand op verkenning vooruit, maar het antwoord komt al snel. We moeten terug. De diepte sluit ons naar voren toe in. En om niet voor nog meer verrassingen te komen te staan draaien we weer om.

Een nieuwe poging het dal te bereiken is meer succesvol. De druk van de pulka’s is sterker dan de remming van de stijgvellen onder de ski's en zo glijden we zonder moeite terug naar waar we begonnen zijn. In de verte doemt de hut alweer op en even wil ik niet meer verder. Het terugzien van de hut betekent dat we definitief op de terugweg zijn. Even wil ik de tijd stilzetten en zet ik mij neer op een rots langs het pad. Mijn tochtgenoten schuiven voorbij, niet begrijpend dat ik in het zicht van de hut mijn ski's af doe. Ik laat ze gaan en zit alleen.
De stilte overdondert me. De schittering van de sneeuw in de plotseling teruggekeerde zon streelt mijn gemoed. Het is het gebergte dat zegt dat het goed is zo. En met een diepe zucht kan ik mijn wroeging naar de Halti laten varen. Blijkbaar was het nog te vroeg. Blijkbaar heeft dit gebergte mij nog veel te leren. En vraagt het nu vergeving voor de manier waarop het zijn standpunt heeft duidelijk gemaakt. Ik knipoog naar de berg die voor mij ligt. Ik heb je begrepen, ik kan weer door en ik geniet.
Als ik op wil staan schuift mijn laatste tochtgenoot voorbij. Ook hij heeft vandaag de tocht alleen doorstaan. Ik haak aan en samen naderen we als laatsten de hut.

De hut is warm. Voor 1 keer overwint de behaaglijke warmte het van het avontuur van de tent. Deze nacht slaap ik met mijn matje op een houten bed naast de kachel.

DAG 7:
De volgende ochtend is de rust buiten weergekeerd. De zon schijnt als voorheen en de wind is speels maar hanteerbaar. De tocht begint even stijl maar dan volgt een dag van glooiende landschappen. Zonder al te veel krachtsinspanning bereiken we dan ook onze volgende plek.

Zonder de ski's onder ons zakken we makkelijk een meter weg in de sneeuw en het sneeuwscheppen kan dan ook gelijk beginnen. Een mooie driehoek wordt uitgeschept.
Precies genoeg om onze 3 tenten in te laten staan. Daarnaast wordt hard gewerkt aan alweer een mooie keuken. De bank is nog wat instabiel maar als je met beleid plaats neemt is er niets aan de hand. Na de maaltijd geniet ik van de nog altijd brandende zon. Als ik mijn ogen open doe zie ik 4 camera’s op mij gericht. Blijkbaar waren er meer die dit moment vast wilden leggen. Ach, iedereen op zijn eigen manier. En ook ik pak daarna mijn camera om door een andere lens het beeld vast te leggen. Maar nog steeds zie ik eigenlijk met mijn ogen dicht genoeg.

DAG 8:
De laatste dag zonder beschaving is aangebroken. Nog 1 dag zullen we geen huizen zien. We glijden tussen de bergen door richting de Noorse grens. Het is niet meer dan een stippellijn op de kaart, want het landschap verraad in niets dat hier een andere taal gesproken wordt. En ook uit niets blijkt dat we even later alweer terug zijn op Finse grond. Of het moeten de duizenden voetstappen zijn die zich ineens voor ons uitspreiden in de sneeuw. Het moet een machtig gezicht geweest zijn om te zien hoe deze grote kudde rendieren de overtocht in dit gebied hebben gemaakt. De sporen lijken vers maar ze laten zich niet meer zien.

Nog 1 heuvel gaan we over en voor ons zien we een groot meer verschijnen. Onder de sneeuw weliswaar maar de contouren zijn deze keer duidelijk te zien. Een klein gebouwtje markeert waar de rand zou moeten zijn. Een statige berg ligt aan zijn oever. Deze berg is de Saana, een heilige berg en de nieuwe hoogste top van onze reis. Besloten is om met de beklimming van deze berg onze tocht af te sluiten. Maar eerst nog een laatste overnachting in de tent.
Het gebouwtje wordt gebruikt door vissers. De laatsten stappen op hun scooter als wij in aantocht zijn. Dankbaar maken we gebruik van het al brandende vuur om ons te verwarmen. Binnen een paar minuten lijkt de ruimte ontploft door verspreid hangende kledingstukken en is de grond bezaaid met uitgetrapte schoenen. Dit brandend kampvuur maakt de reis compleet.

Hongerig kijken we hoe de branders hun werk doen. Maar de massieve massa voor de maaltijd van aardappelpuree lijkt minder zin te hebben in ons eetfestijn. De worstjes wentelen boven het open vuur en worden van bruin al bijna zwart. Ons geduld raakt op en de noten die in de maaltijd horen gaan al van hand op hand.
De pan wordt verplaatst van de branders naar het kampvuur. En alsof hij zich daar meer thuis voelt lijkt het er eindelijk op te gaan lijken. Met in ons hoofd de kou van buiten schrokken we onze maaltijd naar binnen. De laatste worst wordt nog verdeeld maar gaat aan mij als vegetariër voorbij. Toch kan ik genieten van het genot waarmee de rest het “beste” tot het laatst bewaart. Voor mij is de puree alleen al goddelijk genoeg.

DAG 9:
‘s Ochtends worden voor de laatste keer de pulka’s ingepakt. Vandaag brengen we ze naar huis. In ons geval is dat het hotel waar we ons avontuur begonnen zijn. Al snel zien we de eerste bomen verschijnen die horen bij het dal. Een mooie glijroute volgt door een bos en door de bomen heen strekt zich het grote meer voor ons uit waar het hotel aan ligt. Maar nog even laten we het meer voor wat het is. De steile wand van de Saana kijkt op ons neer. Van hieruit onbedwingbaar, maar ook de Saana kent haar zachte kant.

Met een omtrekkende beweging laten we de berg aan onze aanwezigheid wennen. Aan de andere zijde aangekomen laten we de pulka’s even genieten van een welverdiende rust en kijken omhoog. Dit is het moment om toe te slaan. Ontdaan van het gewicht van de pulka’s wagen we de eerste stappen omhoog. De berg is stijl en de stijgvellen geven zich soms bijna gewonnen. Eerbiedig verkleinen we onze stappen maar gaan wel door. Deze top zal zich wel aan ons over moeten geven. Deze keer zijn wij te sterk.
Op 100 meter van de top geeft de natuur nog 1 keer aan hoe krachtig zij is. De wind suist om onze oren en blaast ons bijna omver. Nog 1 keer zet ik mij schrap en stoot door naar de top. Gehaald! En het uitzicht is echt geweldig. De wind schreeuwt in mijn oor, maar ik kan hem niet verstaan. Het meer past in de palm van mijn hand en zachtjes zeg ik: “Rustig maar, ik kom eraan.”.

De berg af is een belevenis op zich. Niet geremd door de pulka’s achter ons lijkt het glijden bijna op skiën. Al ziet het er voor de toeschouwer waarschijnlijk nogal stuntelig uit. Diepe sneeuw en losse bindingen maken het bochtenwerk bijna onmogelijk dus met een ter plekke verzonnen techniek vormen we onze eigen stijl. En staan we al snel weer op de plek waar de trouw op ons zijn blijven wachten. Klaar voor de tocht naar huis. En dan blijkt hoe belangrijk de lunch de hele reis is geweest. In onze haast hebben we die deze keer overgeslagen en al op het begin van het meer voel ik een voorzichtig protest opborrelen. Maar de haven is in zicht en ik negeer wat mijn lichaam mij zegt. Snel wordt het protest dwingender en mijn tochtgenoot kijkt af en toe bezorgd achterom: “Gaat het nog wel?”. Het geeft mij net genoeg kracht om weer even aan te zetten en aan te haken, maar het tempo gaat eigenlijk te hard. Afzien is leuk, houd ik mijzelf voor. Het hoort erbij. Maar er ontstaat een tweestrijd in mijn hoofd.
Mijn wilskracht en spieren zijn met elkaar in gevecht. Mijn spieren geloven mijn beloften niet meer en willen rust. De knop moet om, om de tweestrijd niet meer te hoeven horen. Mijn ogen sluiten zich af voor wat zij zien. Ik commandeer mijn spieren door te gaan. Geen tijd meer voor lieve woordjes. Ze doen wat ze moeten doen.

Helemaal leeg bereik ik aan de andere kant de rand van het meer. We zijn bij het hotel. En eenmaal tot rust halen mijn spieren opgelucht adem. Een warme douche wacht en dat weten ze. Mijn excuses worden aanvaard. En alsof we maanden niets hebben gegeten storten we ons even later op het het lopend buffet in het hotel. De volgende dag kunnen we voldaan naar huis. Een mooi avontuur rijker.



De foto's:



Ga naar startpagina