SKATETOCHTEN

DEURNE – MAASTRICHT (50km+70km)

VRIJDAG:
Vrijdagavond , aan de rand van Deurne zie ik de eerste witte, afgeronde huizen staan. De caravans steken bleek af tegen al het groen. De boer begroet mij met grote ogen, “Ik heb ze al op vele manieren aan zien komen hier, maar op skates???”, een uitspraak die ik al vele malen heb mogen begroeten met een brede lach. En plek zat voor dat tentje van mij hier. Ik doe mijn ogen dicht en luister naar de geluiden van mijn nieuwe thuis. De wind streelt de bladeren in de bomen, de vogels maken hun eigen muziek, de kalfjes in de openstaande schuur ruziën zachtjes om het net gebrachte voer. De paarden achter mij in de wei lijken te kijken wie het hardst de overkant haalt en komen met een denderend kabaal keer op keer voorbij. Ik kruip in mijn slaapzak en val nu al voldaan in slaap.

ZATERDAG:
De volgende ochtend vraagt de haan al vroeg om op te staan. Het kriebelt om op weg te gaan en dus breek ik mijn tent af, bedank de boer en rol of eigenlijk loop het grindpad af waar ik de dag ervoor ben opgegaan.

Al snel laat ik Deurne achter me en spreiden de weides zich voor mij uit. Al snel ook blijk ik verkeerd te gaan. Brabant schijnt er haar eigen ideeën op na te houden hoe je met straatnaambordjes om moet gaan. Dwars op de weg doen ze mij steeds de verkeerde weg inslaan. “Hoorde deze weg niet langs het spoor te gaan?”, sta ik weer vertwijfeld op een overgang. Maar dan eindelijk natuurgebied de Peel in zicht en trillend van het slechte wegdek rol ik door een schitterend gebied. Maar het getril zorgt er jammer genoeg voor dat naar beneden kijken beter is dan opzij. En zo sta ik met mijn blik op het asfalt een uur later in Helenaveen, mij afvragend of wandelen of fietsen hier niet een mooiere manier van voortbewegen was geweest.

Maar die vraag is al snel vergeten als ik na een klein stukje dorp de Kanaaldijk oprol. Strak asfalt onder mij en het gehobbel van een paardenkoets recht voor mij uit. Met een knikje word ik begroet als we elkaar passeren en nog vol van zoveel paardenkracht zie ik bijna niet dat het asfalt ineens een zandweg wordt. Even vol op de rem, rol ik daarna voorzichtig voort. Het zand blijkt hard door alle droogte en ik rol er daardoor vrij gemakkelijk overheen. Het bos waar ik in terecht gekomen ben lijkt zich te ontvouwen in een sprookje en de zon laat stiekem de verhalen achter de bomen zien. Een kleurenwaaier aan groen komt voorbij en maakt alle getril van de ochtend weer goed. Met diepe teugen snuif ik de op mij afkomende geuren in, met bewondering kijk ik naar het geglinster van het kanaal dat ik volg.
Toch moet ik op een splitsing besluiten dat vooruitkomen ook een doel op de route kan zijn en moet ik aanvaarden dat ik hier toch maar even het snelle asfalt haar werk laat doen. En zo neem ik afscheid om in sneltreinvlucht Meijel, Heilbloem en Roggel te zien en vervolgens via de Roggelseweg langs Haelen en Horn te gaan.

Om ineens al vrij snel op een enorme camping vlakbij Roermond te staan. De zon schijnt nog, maar donkere wolken pakken zich in de verte al samen en mijn beslissing hier mijn kamp op te slaan blijkt precies op tijd te zijn. Nog geen kwartier nadat mijn tent staat klinkt er gedonder en moet ik mijn tent in om niet in de regen te staan. Het geluid van het spattende water verstomd al snel het gekwetter van iedere campinggast en zo waan ik mij weer even alleen. Het getik is rustgevend en al snel doet de warmte van mijn slaapzak de rest. Dwars door de donder heen val ik in slaap. En word ik pas wakker als de nacht weer ochtend wordt.

ZONDAG:
Twee donkerbruine ogen kijken mij verschrikt aan als ik mijn tent openrits. Met de oren gespitst en het lichaam verstijft word ik aangestaard. Ik staar op mijn beurt naar de dichte nevel die als een deken door het landschap gaat. Niet echt gerust pak ik na mijn ontbijt mijn spullen in en reken op een flinke rekening op dit luxe terrein. Maar de campingbaas heeft misschien medelijden want slechts 4 euro is de prijs. “Je treft het niet hč, met dit weekend op pad.” Meewarig kijkt hij naar de regenhoes die ik toch maar vast over mijn rugzak heb getrokken. En ook ik weet even niet waar ik nu weer aan begin.

De Maas zoveel mogelijk volgen, dat is het plan voor deze dag. Maar de dag is nog niet goed en wel begonnen of de nevel laat zijn eerste balast los. De wind blaast de miezerregen in mijn gezicht en ik voel de eerste verzadigde straaltjes water langs mijn benen gaan. Het duurt niet lang voor de miezer echte regen wordt en doelloos sta ik wachtend op beter weer onder het bladerdak van een grote boom. Verder gaan? Afhaken? Regenpak aan? En dan ineens een sprankje hoop. De lucht klaart op en laat in de verte al droogte zien. Dus laat ik mij weer de straat op rollen en vervolg ik mijn tocht... om niet veel later weer een onwelkome tweede laag water over mij heen te voelen gaan.

Maar ik ben hier niet om mij door de natuur in een hoek te laten zetten en steek mijn tong uit om uitdagend het water op te vangen en vervolg mijn weg. Nou ja... mijn weg? Was Brabant al niet toeschietelijk mij de weg te wijzen, is Limburg schijnbaar op haar nummer gezet. Een doolhof aan knooppunten voor fietsers, bordjes met nummers waar je zonder de bijpassende kaarten geen wijs uit wordt. Eerst slinger ik met ze mee, maar besluit dan toch maar zonder aangegeven richting mijn eigen weg te
Het zoeken heeft me rillerig gemaakt en zorgt er voor dat ik het snelle voor het schone verkies en zo schiet ik even later blind voor mijn omgeving langs een provinciale weg van Merum naar Echt. Na Echt een schitterend paadje langs de Maas en vanaf Roosteren kijk ik op een landweggetje via Illikhoven, Grevenbicht en Berg weer echt mijn ogen uit. Om in het pittoreske Stein mijn ogen uit te kijken door de regen heen.

Na Stein een brug over om ook van België iets te zien. Het asfalt rolt soepel en de deining in het landschap laat mij steeds de Maas weer even zien. Het heeft even geduurd maar hier weet ik weer waarom ik die ochtend toch vertrokken ben, de tinteling in al mijn zintuigen laten de schoonheid van het landschap zien en genietend schiet ik weer eens de verkeerde richting in. “Die weg loopt dood hoor!”, hoor ik achter mij. De bewoner van de steeds groter wordende huizen hier, haalt mij uit mijn cadans. Zijn dochter staat glunderend naast hem en heeft nog nooit zoiets gezien. “We zagen je al vanuit de auto, ben je soldate dan misschien?” “Je moet wel sterk zijn zo te zien”

“Je moet wel gek zijn” zeggen de meesten om mij heen, maar voor soldate ben ik nog nooit gezien. Hij wijst me hoe ik het beste mijn reis vervolgen kan en langs de Maas glimlach ik om zo’n sterke verbeeldingskracht. ‘Een dag niet gelachen, is een dag niet geleefd’, zag ik aan het begin van de dag op een gevel staan, en deze ontmoeting maakt dat ik even mijn leven anders beleef.

De brug weer over Nederland in zie ik de toren van Maastricht. Net als ik niet meer weet hoe ik verder moet gaan, is mijn einddoel dus ineens in zicht. En daar zit ik even later voldaan en warm in een Maastrichts café. En met het Limburgs goud op tafel zie ik het eerste blauw zich aftekenen in de lucht. Ook de natuur geeft zich gewonnen en gooit op de valreep haar masker af. De zon heeft haar terrein na een uitdagende dag weer terug en geeft mij in de trein een hernieuwde blik op waar ik net langs ben geweest. Van noord naar zuid en omgekeerd een wonderschoon gebied.

Ga naar skatetochten
Ga naar startpagina